Mei 2015

12
mei

Vraag naar richtlijnen-apps neemt toe

Onze voorjaarsbijeenkomsten in de Domus Medica in Utrecht zijn heel goed bezocht! Hier hebben we voor verscheidene artsenverenigingen de mogelijkheden van richtlijnen-apps gepresenteerd en gedemonstreerd. De reacties waren heel enthousiast en in individuele vervolggesprekken worden nu specifieke richtlijnen besproken om te gaan uitvoeren als richtlijnen-apps.

Een greep uit onze huidige projecten op dit gebied:

De Nederlandse Vereniging voor Anesthesiologie heeft een geweldige bibliotheek aan klinische richtlijnen. Twee belangrijke daarvan mogen we nu als apps leveren, “Neuraxisblokkade en antistolling” en “Off-label gebruik van geneesmiddelen in anesthesiologie”. Complexe materie waarbij een interactieve tool een groot verschil gaat maken in het toepassen van deze kennis in de praktijk.

Ten tweede zijn we voor Hollister, een producent van o.a. stomamaterialen, een uitgebreide tool aan het ontwikkelen waarmee stomaverpleegkundigen gemakkelijk de juiste materialen kunnen kiezen op basis van de klinische situatie. Bovendien kan de keuze netje geregistreerd en geëxporteerd worden voor snelle opname in het dossier van de patiënt. Een grote besparing van tijd dus!

De meest geschikte richtlijnen zijn diegene die concrete adviezen geven op basis van beschikbare evidence. Hierdoor kan een app goed onderscheid maken tussen de mogelijke situaties en alleen de relevante informatie tonen. Dit wil overigens niet zeggen dat er bij andere richtlijnen niets mogelijk is. Elke richtlijn kan door ons bijvoorbeeld snel doorzoekbaar worden gemaakt, zodat je met het beantwoorden van een paar vragen al kan inzoomen op de juiste delen van de inhoud.

Heeft u een richtlijn in gedachte die u optimaal toegankelijk zou willen maken? Neem nu contact met ons op via 035-7370521 voor een vrijblijvende afspraak.

Wearables in de zorg

Galileo Galilei zei het al: "Measure what can be measured, and make measurable what cannot be measured." Dit principe wordt bij uitstek toegepast bij wearable technologies.

Een wearable kan gedefinieerd worden als een stukje elektronische technologie dat (comfortabel) op het lichaam gedragen wordt. Met name op het gebied van gezondheid en fitness schieten de apps als paddestoelen uit de grond. Er bestaan diverse apps die bij hardlopen of wielrennen bijhouden welke afstand afgelegd is en met welke snelheid. Beide voorbeelden die ‘eenvoudig’ gemeten kunnen worden met de technologie in je smartphone. Wil je ook nog weten hoeveel calorieën je hierbij verbrandt kan er een berekening uitgevoerd worden, vaak op basis van lichaamsgewicht.

Om wearables voor de zorg interessant te maken zullen vaak ingewikkeldere metingen uitgevoerd moeten worden. Hierbij is het meten van de hartslag vaak toegepast omdat dit op een non-invasieve manier nog nauwkeurig te meten is. Dit kan bijvoorbeeld ingezet worden om hartpatiënten te monitoren. De laatste ontwikkelingen op het gebied van wearables gaan zelfs nog verder: diabetici kunnen nu vrijwel real-time hun glucosewaarden meten. Een implantaat met een sensor meet elke 5 minuten de glucosewaarden onder de huid en stuurt dit door naar een smartphone of smartwatch. Op het horloge kan de gebruiker direct zien wat de gelucosewaarde op het moment is. Met de app op de smartphone kunnen de gelucosewaarden van de afgelopen 24 uur bekeken worden en er kan bijvoorbeeld een alarm ingesteld worden als bepaalde drempelwaarden overschreden worden. Op deze manier kan een wearable het leven van iemand met een chronische aandoening een beetje ‘normaler’ maken.

De potentie van apps in de gezondheidszorg

Deze maand stond er een interessant artikel in de Journal of Clinical Research Best Practices met als titel “Doctors, Patients in the U.S. and U.K. agree: Mobile Health Apps Are Good for Our Health”. Nou wordt daar verder niet heel goed op ingegaan in de tekst, maar een aantal statistieken zijn zeker wel de moeite waard om te bekijken.

In een vrij groot onderzoek zijn 1000 artsen, verpleegkundigen en andere zorgprofessionals gevraagd naar hun ervaringen met medische apps. Daarnaast zijn 2000 patiënten die al medische apps gebruiken ondervraagd.

Zeer interessant is dat 95% van de patiënten van mening zijn dat medische apps hun kwaliteit van leven zullen verbeteren, terwijl maar een derde van de zorgprofessionals het hiermee eens is. Dit verschil zou een deel van de verklaring kunnen zijn waarom mobiele eHealth nog niet echt doorbreekt.

20% van de zorgprofessionals geeft aan nooit gebruik te willen maken van mobiele medische technologie. Helaas geeft het artikel geen verdere informatie over bijvoorbeeld waar deze groep zich in hun carrière bevinden, maar onze verwachting is dat hun aantal snel kleiner zal worden.

Het artikel noemt ten slotte preventie als huidig gebied met de meeste kansen voor medische apps: “Gezondheidsapps hebben de potentie het voor zowel zorgprofessionals als patiënten mogelijk te maken te herkennen of individuen gezondheidsrisico lopen. Het is nooit te vroeg om iets te doen aan gezondheidsrisico’s en met deze kennis [in apps] kan iedereen actie ondernemen tegen mogelijk fatale aandoeningen zoals hart- en vaatziekten.”